Het zal weinig mensen zijn ontgaan: afgelopen week werd een debat in de Tweede Kamer onderbroken zodat het ramadanvasten met een iftar kon worden gebroken. De ironie is dat het debat in kwestie juist ging over integratie. Het DENK-Kamerlid, die de schorsing had aangevraagd, reageerde op de ophef met de tekst: ‘wen er maar aan’. Maar nee, ik en met mij vele anderen willen niet wennen aan de verdere islamisering van Nederland.
Verandering gaat vaak eerst traag en daarna steeds sneller. Dat zien we ook als het aankomt op de islamisering van Nederland. Halal-eten is overal genormaliseerd, ministeries en veel grote organisaties staan stil bij de ramadan. De MediaMarkt sprak zelfs over de ‘heilige maand Ramadan’. Nederlandse straten worden ondertussen steeds vaker verlicht met ramadanlichten en de ‘Ramadan Kareem’-wensen vliegen je om de oren. Politieagenten die in uniform aan de iftar zitten is ondertussen ook eerder regel dan uitzondering.
De ironie is dat het momenteel ook katholieke vastentijd is. Die loopt tussen Aswoensdag en Pasen en duurt veertig dagen. Toch heb ik geen katholieke Kamerleden gehoord die proberen om hun religieuze toewijding daarmee het ‘probleem’ van anderen te maken.
Nu hoor ik veel mensen al zeggen: ‘Wat is er mis met het accepteren van andermans religie?’ En daar zit natuurlijk een kern van waarheid in. In Nederland kennen we vrijheid van godsdienst en dat geldt uiteraard ook voor moslims in Nederland.
Dubbele maatstaf rond cultuur

Er is echter wel een grote kanttekening. Onze eigen cultuur wordt namelijk niet op dezelfde manier behandeld. Al jarenlang worden Nederlandse tradities bekritiseerd. Of het nu gaat om het vermeende racisme van Zwarte Piet, of om het idee dat we in december geen ‘Fijne Kerstdagen’ meer zouden mogen zeggen om het ‘inclusief’ te maken.
Hoe kan het dat bij de ramadan en andere islamitische feestdagen die inclusiviteit niet geldt? Het antwoord is simpel. De mensen die het hardst roepen dat de islamisering van Nederland moet worden geaccepteerd, zijn vaak ook de mensen die het hardst roepen over alles wat er fout zou zijn met Nederlandse tradities. Oikofobie noemen we dat: de afkeer van en haat tegen de eigen cultuur. Door deze houding heeft de islam in Nederland een voorkeursbehandeling weten te bemachtigen boven Nederlandse, christelijke of joodse tradities.
Daar komt nog iets ongemakkelijks bij. Als we naar de wereld van vandaag kijken, zien we dat moslims over het algemeen hun religie kunnen belijden in de christelijke wereld. Het tegenovergestelde geldt echter vaak voor christenen in de islamitische wereld. Sterker nog, christenvervolging neemt alleen maar toe. De situatie is ernstig: meer dan 388 miljoen christenen wereldwijd leven onder een hoog tot extreem niveau van vervolging.
De islamitische wereld is daarmee niet zo ‘inclusief’ als DENK vaak beweert. De tolerantie in het Westen is iets wat we mogen koesteren. Het is een teken van beschaving. Maar dat betekent niet dat intolerantie moet worden geaccepteerd als we die tolerantie willen beschermen.
Bescherming van onze manier van leven

Om onze manier van leven in Nederland te beschermen moeten we tolerant zijn naar elkaar. Daarbij hoort ook de acceptatie dat er verschillende visies op cultuur bestaan. Dat was ook al zo vóór de massamigratie. De strijd tussen progressieven en conservatieven bestaat al eeuwen.
Toch was er lange tijd een basis van begrip, waardering en respect voor wat we samen hebben opgebouwd. Helaas ontbreekt dat niet alleen bij sommige migranten, maar ook bij wat ik ‘oikofoob links’ zou noemen. Het is daarom niet vreemd dat zij vaak samen optrekken in het afbreken van de Nederlandse cultuur.
Wat oikofoob links echter niet begrijpt, is dat in een geïslamiseerd Nederland geen ruimte meer zal zijn voor hun progressieve waarden. Voor conservatieve christelijke en joodse waarden zal die ruimte er evenmin zijn. Dat begrijpen conservatieven of rechtse Nederlanders echter doorgaans wel.
Daarom komt het primaire bezwaar van veel mensen tegen de islamisering van Nederland niet voort uit ‘xenofobie’ of ‘racisme’, maar uit liefde voor dit land en de cultuur die hier is opgebouwd. We moeten onszelf daarom geen zand in de ogen laten strooien, zoals al decennia gebeurt, dat kritiek op islamisering voortkomt uit haat voor de ander in plaats van uit liefde voor Nederland en de westerse beschaving.
Een teken aan de wand

Daarom is de iftar-onderbreking in de Kamer, hoewel die praktisch gezien heel klein is, een belangrijk teken aan de wand. Juridisch gezien zijn er gelijke rechten, en die moeten behouden blijven, maar de inheemse Nederlandse en joods-christelijke cultuur verdienen het om beschermd en bewaard te worden als Nederlandse cultuur.
Mensen met een andere cultuur moeten de ruimte krijgen, maar niet ten koste van de Nederlandse cultuur, en al helemaal niet wanneer die cultuur, met name de christelijke en joodse elementen ervan, wereldwijd wordt bedreigd.

Dat idee is niet nieuw. Pim Fortuyn wist dat scherp te verwoorden: ‘Wat ik wil, en dat schijnt volgens de linkse kerk erg rechts te zijn, is het volgende: wat hier in eeuwen is opgebouwd, moet niet in een paar decennia door de goot worden gespoeld. Ik wil dit land behouden. Ik zeg niet dat mensen die hier al eeuwen wonen juridisch meer rechten hebben. Dat kan niet. Maar cultureel hebben zij wel het recht om het land te behouden dat zij hebben opgebouwd. C’est ça. En wat is daar mis mee? In alle landen in de wereld is dat zo. Alleen hier zou dat ineens niet mogen. Dit is van oorsprong wel mijn land. Bedenk dat even. We moeten niet toestaan dat gasten in ons land het land, het huis, overnemen. Daar gaat het om.’
Daniel de Liever is redacteur bij NieuwRechts.




