Op de vierde verjaardag van de Russische invasie van Oekraïne reisde Ursula von der Leyen naar Kiev met een boodschap van steun namens de Europese Unie. Toch arriveerde ze zonder een belangrijke belofte die Oekraïne had verwacht: de goedkeuring van een Europese lening van 90 miljard euro. Die financiële steun moest Oekraïne helpen om de oorlogsinspanningen en de economie in de komende jaren te ondersteunen.
De reden voor het uitstel ligt bij een veto van Hongarije, dat opnieuw dwarsligt binnen de EU wanneer het gaat over steun aan Oekraïne. De beslissing kwam onverwacht voor veel Europese leiders, omdat eerder al een politiek akkoord was bereikt over de lening. Toch blijkt dat politieke afspraken binnen de EU soms kwetsbaar blijven wanneer één lidstaat zich op het laatste moment verzet.

Een belangrijke financiële steun voor Oekraïne
De geplande lening van 90 miljard euro was bedoeld als een belangrijke bijdrage aan de financiële behoeften van Oekraïne in de jaren 2026 en 2027. Van dat bedrag zou ongeveer 60 miljard euro specifiek worden gebruikt om het Oekraïense leger te ondersteunen in de voortdurende oorlog tegen Rusland.
Voor Kiev zou deze lening niet alleen een financiële injectie zijn, maar ook een politiek signaal van Europese solidariteit. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky benadrukte tijdens het bezoek van Europese leiders dat de steun essentieel is voor de veiligheid en veerkracht van zijn land. Volgens hem kan Oekraïne de oorlog alleen volhouden als internationale partners hun beloften nakomen.
Europese leiders hadden gehoopt de lening formeel goed te keuren tijdens een bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU. Het plan was immers al in december goedgekeurd door de Europese leiders, waaronder ook de Hongaarse premier Viktor Orbán.
Toch bleek dat er nog een belangrijke stap nodig was. Omdat de lening bestemd is voor een land dat geen lid is van de EU, moest een specifieke Europese verordening worden aangepast. Voor zulke wijzigingen is de goedkeuring van alle 27 lidstaten nodig. Dat gaf Hongarije de mogelijkheid om het proces te blokkeren.
Het conflict rond de Droezjba-pijpleiding
Volgens de Hongaarse regering is de situatie sinds december veranderd. Boedapest wijst naar problemen rond de zogenaamde Droezjba-pijpleiding, een belangrijke pijpleiding die Russische olie en gas via Oekraïne naar Centraal-Europa transporteert.

Via deze pijpleiding ontvangen Hongarije en Slovakije energie uit Rusland. Sinds eind januari is de toevoer echter verstoord. Volgens Oekraïne komt dat door een Russische aanval op infrastructuur in het gebied. Hongarije en Slovakije hebben daar een andere visie op.
Beide landen beschuldigen Kiev ervan de pijpleiding bewust te blokkeren om politieke druk uit te oefenen. Volgens hen heeft Oekraïne niet genoeg gedaan om de schade snel te herstellen en de energietoevoer te hervatten.
Voor Hongarije is dit een gevoelig punt. Het land is sterk afhankelijk van energie-import en probeert de energieprijzen voor zijn bevolking zo laag mogelijk te houden. De onderbreking van de pijpleiding kan economische gevolgen hebben en speelt daarom een belangrijke rol in de huidige politieke discussie.
Orbáns strategie binnen de EU
Dat Hongarije opnieuw een veto gebruikt, past in een patroon dat de afgelopen jaren vaker te zien was. Premier Viktor Orbán staat bekend om zijn kritische houding tegenover Europese steun aan Oekraïne en zijn relatief goede relatie met Moskou.
Orbán probeert vaak een evenwicht te vinden tussen zijn lidmaatschap van de Europese Unie en zijn pragmatische banden met Rusland. Daardoor komt Hongarije regelmatig in conflict met andere EU-landen die een hardere lijn tegen Rusland willen volgen.
Daarnaast gebruikt Orbán zijn veto soms als onderhandelingsinstrument. Door een belangrijke beslissing te blokkeren kan hij druk uitoefenen op andere landen of op Oekraïne om concessies te doen. In dit geval lijkt het doel te zijn om Kiev ertoe te bewegen de energietoevoer via de Droezjba-pijpleiding zo snel mogelijk te herstellen.
Binnenlandse politiek speelt ook een rol
De timing van het veto is waarschijnlijk geen toeval. In Hongarije staan binnenkort belangrijke parlementsverkiezingen gepland, waarin Orbán en zijn partij Fidesz onder druk staan.
Na zestien jaar aan de macht krijgt Orbán te maken met een sterke uitdager: Péter Magyar. Volgens verschillende peilingen is de race bijzonder spannend, en voor het eerst in jaren lijkt de positie van Fidesz minder zeker.
In verkiezingstijd kiest Orbán vaak duidelijke politieke tegenstanders om zijn boodschap kracht bij te zetten. In het verleden waren dat bijvoorbeeld migratie, LGBTQ-beleid of de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros.
Dit jaar staat de oorlog in Oekraïne centraal in de campagne. Orbán presenteert zich als een leider die Hongarije buiten het conflict wil houden en die geen extra geld wil sturen naar een oorlog die volgens hem niet in het belang van zijn land is.
Verkiezingscampagne met duidelijke boodschap
Overal in Hongarije zijn verkiezingsaffiches te zien die deze boodschap benadrukken. Op sommige posters staat de Oekraïense president Zelensky afgebeeld naast Europese politici zoals Ursula von der Leyen en Manfred Weber.
Op die beelden lijkt Zelensky zijn hand op te houden, alsof hij om geld vraagt. De boodschap van de campagne is duidelijk: Europese leiders willen volgens Orbán dat Hongaren betalen voor de oorlog in Oekraïne.
Op andere posters wordt oppositieleider Péter Magyar afgebeeld in combinatie met Europese politici. Volgens de campagne van Fidesz betekent steun voor Magyar ook steun voor het beleid van Brussel en voor verdere financiële hulp aan Oekraïne.
Komt de Euroclear-optie opnieuw in beeld?
Nu de onderhandelingen over de Europese lening zijn vastgelopen, kijken sommige EU-leiders opnieuw naar alternatieve oplossingen. Eén daarvan is het gebruik van bevroren Russische tegoeden die worden beheerd door Euroclear.
Deze instelling, gevestigd in Brussel, beheert miljarden euro’s aan Russische staatsactiva die sinds het begin van de oorlog zijn bevroren. Sommige Europese politici vinden dat deze middelen gebruikt moeten worden om Oekraïne te financieren.
De EU-buitenlandchef Kaja Kallas heeft eerder al aangegeven dat deze optie opnieuw bekeken kan worden als de Europese lening niet doorgaat.

Toch blijft dit een controversieel voorstel, omdat het juridische en politieke vragen oproept over het gebruik van buitenlandse staatsactiva.
Onzekere toekomst voor de Europese steun
De discussie rond de lening laat zien hoe ingewikkeld besluitvorming binnen de Europese Unie kan zijn. Omdat belangrijke beslissingen vaak unaniem moeten worden genomen, kan één land het hele proces blokkeren.
Voor Oekraïne betekent dat extra onzekerheid op een moment dat de oorlog nog steeds voortduurt. Terwijl Kiev rekent op langdurige Europese steun, blijven politieke spanningen binnen de EU een belangrijke factor die het tempo van beslissingen beïnvloedt.
De komende maanden zullen uitwijzen of Hongarije bereid is zijn veto in te trekken of dat Europese leiders een andere oplossing moeten zoeken om Oekraïne financieel te blijven ondersteunen. Wat duidelijk is, is dat geopolitiek, energiebelangen en binnenlandse politiek allemaal een rol spelen in deze complexe Europese discussie.




