
De Hongaarse premier Viktor Orbán heeft zijn nederlaag bij de parlementsverkiezingen erkend. Hij feliciteerde oppositieleider Péter Magyar met diens overwinning. Daarmee komt een einde aan een periode van zestien jaar waarin Orbáns partij Fidesz de macht stevig in handen had. De oppositiepartij Tisza van Magyar ligt op koers voor een ruime meerderheid in het parlement. Na het tellen van bijna 46 procent van de stemmen wordt uitgegaan van 135 van de 199 zetels. Dat betekent een duidelijke overwinning en een mogelijk nieuw hoofdstuk voor het land.
De verkiezingen trokken een uitzonderlijk groot aantal kiezers. Ongeveer 78 procent van de stemgerechtigden bracht een stem uit. Dat is twaalf procentpunt meer dan bij de vorige verkiezingen in 2022. De hoge opkomst onderstreept het belang van deze verkiezingen. Voor veel Hongaren stond er veel op het spel. De keuze ging niet alleen over partijen, maar ook over de politieke richting van het land.
Met de nederlaag van Orbán komt een lange periode van politieke stabiliteit, maar ook controverse, ten einde. Onder zijn leiding koos Hongarije voor een eurosceptische koers. De regering zocht toenadering tot Rusland en botste regelmatig met de Europese Unie. Magyar wil een andere weg inslaan. Hij heeft aangekondigd de relatie met Brussel te willen herstellen. Daarnaast wil hij harder optreden tegen corruptie, die volgens hem tijdens het bewind van Orbán is toegenomen.
Duidelijke tweestrijd
De Hongaarse verkiezingen draaiden om een tweestrijd tussen premier Viktor Orbán en zijn partij Fidesz tegenover uitdager Péter Magyar met zijn centrumrechtse Tisza-partij. Waar eerdere verkiezingen vaak gekenmerkt werden door een verdeelde en weinig overtuigende oppositie, stond er nu één duidelijke tegenstander centraal die zich nadrukkelijk profileerde als alternatief voor de zittende macht. De afgelopen periode werd duidelijk dat Magyar dan ook een zeer serieuze concurrent voor Orbán was.
Geen klassiek links-rechtsconflict
Orbán vertegenwoordigt al jaren een koers waarin nationale soevereiniteit, culturele identiteit en controle over migratie centraal staan. Onder zijn leiding heeft Hongarije zich ontwikkeld tot een land dat zich regelmatig verzet tegen de dominante lijn binnen de Europese Unie. Voor zijn achterban is dat geen probleem, maar juist een belangrijk deel van zijn aantrekkingskracht: een regering die de eigen belangen vooropstelt en zich niet laat dicteren door Brussel.
Péter Magyar positioneerde zich als hervormer. Hij beloofde corruptie aan te pakken en de banden met de Europese Unie te herstellen, zonder zich daarbij volledig los te maken van conservatieve thema’s. Daarmee probeerde hij zowel ontevreden kiezers als gematigd rechtse stemmers aan zich te binden. Critici vragen zich af hoe fundamenteel anders de koers van Magyar daadwerkelijk is. Hij profileerde zich wel duidelijk als een pro-Europese partij.
Het verschil tussen beide kampen zit dan ook niet in een klassiek links-rechtsconflict. De keuze ging meer over de richting die Hongarije op moet: vasthouden aan een zelfstandige, nationaal georiënteerde koers onder Orbán, of een verschuiving richting een meer op Brussel gerichte politiek onder Magyar. Juist die keuze maakten deze verkiezingen tot meer dan een nationale aangelegenheid, en tot een moment dat ook elders in Europa en zelfs daarbuiten met met grote aandacht werd gevolgd.
Definitieve uitslag
De Hongaarse kiezer lijkt dus gekozen te hebben voor een op Brussel gerichte koers van de pro-Europese Tisza-partij. Met de nadruk op lijkt, want het kan dagen of zelfs een hele week duren voordat alle stemmen (inclusief die van in het buitenland wonende Hongaren) geteld zijn.




